|
|
… op mijn website. Mijn naam is Elodie Heloise en ik schrijf. Vanuit Curacao strooi ik verhalen, die ik spinsels en fluisterijen noem, de wereld in.
Ik heb in 2012 de verhalenbundel Woestijnzand de wereld in gejaagd. Een roman Blauwe Tomaten staat op de agenda voor 2013. Op deze website behalve de gekkigheid die ik om me heen meemaak ook informatie over het schrijversproces dat ik besloot te delen opdat anderen er wellicht wat aan kunnen hebben. Aldus ben je uitgenodigd deelgenoot te zijn van mijn ‘blunders’, mijn gevechten met mijn ego, met mijn onvermogen en onvolkomendheden… en dat alles alleen maar om te komen tot een goed boek of verhaal. Ik ga alles aan want schrijven is voor mij het mooiste vak dat er bestaat.
De foto die je hier ziet is gemaakt door Bea Moedt.
Een hartelijk welkom en… Enjoy! Elodie Heloise

Voor mij en na mij
willens en wetens
of onbewust
door mij en in mij
bij vol verstand
of in droomtoestand
met mij en zonder
in toen, in nu
en dan
Leven was
leven is
en leven zal
leven.

… zonder de vader van mijn kinderen komt vandaag tot een soort oneindig slot. Morgen is het precies een jaar geleden dat hij plotseling deze aardse plaats verliet om elders te vertoeven. Elders vanwaar hij ons zo nu en dan even bezoekt.
Driehonderdvijfenzestig dagen zonder zijn lijflijke aanwezigheid bij een verjaardag, een feestdag, zonder trots of zorg te kunnen delen over de kinderen waarvan wij samen de ouders zijn. Een jaar ook zonder alimentatie, zonder zijn bijstand, zonder bezoekregeling. Een hard jaar, vol verstopte waarheden die een verborgen realiteit aan het licht brachten die bijna niet te verteren was.
Een jaar ook van ontdekken dat ik er veel langer ‘alleen’ voor heb gestaan dan ik ooit had kunnen bevroeden. Een jaar van woede en intense pijn, om wat we echt waren en om wat we hadden kunnen zijn. Een intens jaar van zelfonderzoek en reflectie. Van het zoeken naar redenen en oorzaken van het ‘zonder-zijn’, laverend op de golven van onrust, onbegrip en angst, heen en weer gesmeten tussen de haast uitzichtloze diepte van wanhoop en een langzaam maar stevig ontvouwend geloof in mezelf en in het gegeven dat ik en mijn kinderen altijd ok zullen zijn.
Louis Berendsen (6 sept 1961-21 mei 2012)
Een jaar van ‘trial and error’ zonder het vangnet dat het vangnet had moeten zijn. Het jaar van pijn, zorgen en vele tranen. Over de toekomst, over onthulde waarheden, vlijmscherpe inzichten maar ook van geluk, van dankbaarheid en van het leren vragen en accepteren van hulp op de manier waarop hulp aangeboden werd. Een jaar dat in sneltreinvaart (hopelijk) de laatste valse stuiptrekkingen van mijn ego naar het rijk der fabelen verjoeg. Een jaar van onvoorwaardelijke vriendschap, nieuwe liefde en het opnieuw leren vertrouwen in mezelf maar vooral ook in de ander. Voorzichtig opkomend nieuwleven, zich een weg banend in een nog nasmeulend verleden. Het jaar ook van het opnieuw beleven van een spontane glimlach op mijn gezicht, daar waar ik hem niet meer verwachtte. Dit was het jaar waarin ‘zonder’ langzaam maar met zekere tred weer veranderde naar ‘met’. Rust en vertrouwen huizen opnieuw in mijn hart, liefde groeit er weer. En ik ben dankbaar voor elke ervaring die ik dit jaar heb gehad.
Curacao loopt sinds de moord op Helmin Wiels rond in een daze staat van zijn. Iedereen denkt van alles te weten, weet tegelijkertijd niets waardoor het gonst van de geruchten en meer dan eens komt dit alles samen in de -al dan niet uitgesproken- pijnlijke constatering dat er veel meer vragen dan antwoorden zijn. Niet weten maakt onzeker, niet weten maakt onrustig omdat in het niet-weten beperkingen besloten liggen die door niet-weten naar de oppervlakte komen met de daarbij behorende zeer onaangename gevoelens. In dit geval van onveiligheid. En dat raakt mensen en een samenleving, tot op het bot.
En toch is dit niet nieuw, elk van ons heeft deze staat van zijn meerdere malen mogen ontmoeten en zal hem nog vaak in de ogen (moeten) zien. Het zit in de eerste vraag die een kind stelt waarop je als ouder geen antwoord hebt. ‘Waarom moeten we dood, mama. Ik wil niet dood.’ Dat was ooit een van die vragen die ik voorgeschoteld kreeg. Van een kleuter. Ik weet nog dat ik het intrieste bolletje op het kussen aaide en de geruststelling alleen maar kon formuleren door het feit niet te ontkennen en te zeggen ‘dat dat nog heel erg lang zou duren voordat het zover was.’ Een niet eenduidig antwoord. Wie ben ik om te weten hoe lang een leven duren zal? Het is wat je hoopt, gebaseerd op ‘gemiddelden en de enige echte rustgevende factor zit in het feit dat jij het, als ouder zegt, tegen een kind dat op een leeftijd is dat het blindelings voor waar aanneemt wat je zegt.
Ik weet nog dat ik deur van zijn slaapkamertje achter me sloot en dat ik me zwaar voelde. Mijn kleuter confronteerde me met een aanstaande gebeurtenis waar ikzelf vermoedelijk veel dichter bijzat dan hij. De eindigheid van dit leven dat vanuit welke invalshoek je het ook bekijken wil omhuld is met vraagtekens. Vooral wanneer we gaan nadenken over ‘wat hierna’? Maar goed, dit is een zijstraat. Ik wil hier even inzoomen op de gevoelens die het erkennen van een ‘niet-weten’ met zich meebrengen. Het zijn er velen… die denk ik bijna allemaal als onaangenaam worden ervaren en daarom het liefst zo snel mogelijk moeten ‘worden’ weggewerkt. Ik heb het over de puber die confronteert en roept dat ‘je echt niet weet hoe ik me voel’ nadat het vriendje of het vriendinnetje het heeft uitgemaakt en die nog even natrapt met ‘jij moet al helemaal geen advies geven over relaties’ omdat je zelf gescheiden bent. Dat ‘werk’ levert in het gunstigste geval een verstandig hoofdschuddende ouder op die, met pijn in het hart beseft, dat hij of zij op dat moment inderdaad niet de aangewezen persoon is om ‘het kind’ met deze pijn te kunnen helpen. Sterker nog… dit zijn de mysteries waarop ‘het kind’ het recht heeft zijn eigen antwoorden te zoeken. Vraagtekens hier leveren groei op. Wanneer je het de ander toestaat ze te hebben.
Maar al te vaak echter ontstaat er iets anders… Ruzie of onenigheid. Omdat de ouder zich afgewezen voelt. Gewogen en te licht bevonden, ‘gepakt’ daar waar het pijn doet en omdat dat niet ‘lekker’ voelt, wordt de ‘brutale bek’ van de puber aangepakt. Niet omdat hij of zij iets verkeerd doet, maar omdat wat er gezegd is confronterend is en de eigen vraagtekens en onzekerheden naar de oppervlakte haalt. ‘Hoe leer je een kind een goede relatie te hebben wanneer je daar zelf nog zoveel over aan het ontdekken bent.’ Daar wil je niet zijn, dus je ‘mept’ van je af.
Hoe vaak gebeurt het niet dat iemands reactie of handelen veroordeeld wordt op basis van ‘niet-weten’ of niet ‘willen-weten’? In plaats van te vragen naar het waarom vullen we liever onze tijd met het zelf verzinnen van de antwoorden op het mysterie waarin die ander hem en onszelf heeft geplaatst met de focus op wat de ander allemaal verkeerd heeft gedaan. Met een en dezelfde reden… niet naar de vraagtekens kijken die we over onszelf krijgen door de reactie of het handelen van de ander. We blijven steken in het zo snel mogelijk afwenden van een rotgevoel. De ander de schuld geven is de snelste manier om onze eigen ‘vraagtekens’ in nevelen te hullen.
Terug naar de moord op Helmin Wiels… De gevoelens van onveiligheid en de vele vraagtekens worden op dit moment beantwoord met wantrouwen in politie en de media. Gaan gevoelens van onveiligheid echt weg wanneer deze moord opgelost is? Of is er meer aan de hand? Zijn deze gevoelens ‘uitvergroot’ aan het licht gebracht door deze zaak? Doen we zelf iets om ons ‘veiliger’ te voelen? Bellen we de politie wanneer we een onregelmatigheid zien? Spreken we ‘vervelende’ jongeren in de buurt aan op hun gedrag? Kijken we nog mee naar de buurvrouw die er in haar eentje voorstaat met een fulltime baan of twee en een stuk of wat opgroeiende kinderen? Do we still care? En waarom wel of niet, of maar een beetje?Hoe kan het zijn dat ‘betrokkenen’, ‘familieleden’ en gezagsdragers amper of geen openheid van zaken lijken te geven via de lokale pers over de vermoorde politicus Wiels? Maar wel in het Nederlandse NRC, de Telegraaf en de Volkskrant aan het woord zijn. Wat betekent dat? Waarom gebeurt dat? Vragen, waarvan ik denk, dat het tijd wordt dat ze aan de orde komen. Ik denk dat vraagtekens heel erg functioneel zijn. Je echt iets afvragen en je beperking ontdekken brengen denk ik meer ‘goeds’ teweeg dan het geven van halve waarheden als antwoord of erger: het wegwapperen van de legitiemiteit van een vraag. Hoe pijnlijk ook, het is in de vraagtekens waarin de antwoorden en de echte oplossingen besloten liggen. Daarom zijn ze er, en ja het proces om naar ze te kijken is op z’n zachtst gezegd ’ongemakkelijk’.

Land, mooi lief liefland. Oceaanland, reikende rots, brandend hart van mijn centrum. Land, wispelturig eigenwijs land. Grillige oprisping van de natuur. Land dat schitterfikt onder de zon met de ruisende verkoeling van de zee aan je voeten. Geketend land, getekend land, je blauwdruk onuitwisbaar geetst op je vermoeide rug. Verleden en heden smeulen beiden na in de vele brandmerken jou toegebracht. Land, lijdend land. Stille drager van onbegrepen verdriet. Land, huilend land. Tranendal naast vreugdesberg. Land, lachend land. Geheime genieter van ondeelbaar geluk. Land, mijn land, jouw land. Een land in brand.
Waar zal het geweest zijn en niet eens zo heel erg lang geleden? Twee jaar misschien? St. Kitts, Dominica, Grenada, St. Vincent? Het korrelige geheugen laat de modale mens toch altijd maar weer bij tijd en wijle in de steek.
Maar goed, er ontstond enige commotie bij het zwembad waar ik vette patat met saté aan het eten was.
Acht Chinezen gestoken in onberispelijk zwart maatpak met stropdas – dit ondanks de zinderende hitte – met identieke diplomatenkoffer in de rechter hand en dito laptop over de linker schouder, spoedden zich in ganzenpas achter een lieftallige dame van de receptie van het hotel aan naar hun respectievelijke airco-kamers.
Het was duidelijk. Een nieuwe missie van onze vrienden uit het verre Azië. Wat zou er weer bedisseld gaan worden tussen deze delegatie en de regering van dit onafhankelijke mini-eiland in de luwte van de echte grote wereldpolitiek in ruil voor een stem in de Verenigde Naties? Nog een nieuw sportcomplex dan maar, een serie keurige visserswoningen, een weg gedrild door het bergachtige landschap, een dependance van het alreeds met geld uit Peking gefinancierde nieuwe ziekenhuis of toch een aandeel in het door de nijvere kameraden uit Cuba gebouwde nieuwe vliegveld met een uitstekende hub naar Zuid-Amerika?
Nou ja, iedereen in het Caribisch gebied wil wel met de leiders uit China van gedachten wisselen en ironisch genoeg niet of nauwelijks met de Chinese minderheid op het eigen eiland. Dat zijn nu eenmaal maar domme chino’s, slechts de verschaffers van hun dagelijkse armenmaal van patat, saté en kippenpoot.
Wat had die Curaçaose delegatie onder aanvoering van onze minister van Economische Ontwikkeling Steven Martina eigenlijk te zoeken in de lagere echelons van Peking? De dynamische Gerrit Schotte was er toch al eens geweest, nou ja die hield wel van een peperdure reis in menig business class. En wat heeft die reis toentertijd opgeleverd? Heeft de delegatie-Martina in Peking ook patat met saté gegeten? Wilden ze die domme chino-bobo’s ook een toegangspoort naar Zuid-Amerika aansmeren of een assemblagebedrijf zonder gekwalificeerde werkkrachten? Wellicht wat off shore-tips geven? Nu, dit alles past naar het schijnt in een breder ‘plan’ met mooie intenties en een ieder weet wat mooie intenties in deze wereld waard zijn. Inderdaad, gebakken lucht.
Hoe hypocriet kunnen vertegenwoordigers van ons eiland wel niet zijn. Daarbij komt nog dat China absoluut niet zo geïnteresseerd is in een eiland dat afhankelijk functioneert binnen een Koninkrijk. Flinke lucratieve zaken worden er uiteraard wel gedaan maar dan met Den Haag, de hoeder van de moderne VOC-mentaliteit.
Laten we onze centen, de centen van de belastingbetalers – en die zijn er mijns inziens steeds minder maar nog steeds wel als rara avis op dit eiland te vinden – nu maar niet vergooien met het pamperen van delegaties uit China.
Oké, die zijn in staat om binnen een jaar met ingevlogen Chinese arbeiders en ingenieurs een hypermodern ziekenhuis volgens de Weeber-norm te bouwen of het wegennet pak weg richting Westpunt compleet te renoveren. Helaas, wat kunnen we terugdoen? We hebben zelfs geen stem in de Verenigde Naties, de droom van Wiels.
Beter zou het zijn onze bloedeigen Chinezen eens wat meer te verwennen, voor mijn part op een voetstuk te plaatsen. Hardwerkende mensen met een toko, een grote mini-markt of een snèk. Het maakt niet uit.
Reguliere praktijk is echter dat een Chinese eigenaar die zijn dozen met sigaren probeert te verdedigen tekent voor zijn eigen begrafenis. Of een paar drop outs die denken een Chinees echtpaar te kunnen bevrijden van hun zuurverdiende dagopbrengst en daarbij en passant het tweetal neerschieten.
Zo gaan we dus met elkaar om en leg dat maar eens uit aan de Chinese delegatie die volgens de media van plan is op termijn ons eiland te bezoeken. Zet de opgewarmde rijst, de patat en sate alvast maar klaar voor die domme diplomaten. Misschien stemt het ze daarmee wat beter als waren ze thuis.
VADERS
We waren in de stad om een cadeautje te kopen voor een bijna zestienjarige rocker/hippie/new-age soul. Een Arabische winkel van sinkel was het doel van het bezoek. Het is het soort winkel waar je eerst om je oren wordt gemept met schoenen. Daarna volgens riemen, tassen en allerlei andere accesoires. Helemaal achterin de winkel wordt het pas echt leuk want daar hangen de goedkope galajurken en zijn de Arabische snuisterijen te vinden. Die laatsten waren de reden deze winkel te bezoeken. (…wel goed lezen… ik ga mijn zestienjarige zoon echt niet in een galajurk hijsen) Middenin de winkel, op een zeer strategische plaats staat een toonbank op een verhoging, met daarachter… een Arabische God. Hoog torent hij boven klanten en personeel uit, kan alles in de gaten houden en doet dat met een ‘zwier’ die niet onaangenaam is maar die ook verraadt dat er hier in deze winkel een bepaald soort regime heerst waaraan je je beter maar houden kan. Anders gezegd: kom niet met bull-shit. Deze vrolijke ‘boeman’ heeft in zijn heiligdom een aantal regels die hij dan ook pontificaal aan zijn geimproviseerde katheter heeft geplakt. ‘Ruilen of klachten…? Na 10.00 uur’ Ik las het en ik schoot in de lach. Ik zag het al voor me. Het is nog vroeg en de winkel wordt van haar hangsloten verlost. Achter hem staat behalve het personeel ook een klant met een boos-druilerig gezicht en een bruine papieren zak in de hand. De Arabische God loopt zijn winkel in met in zijn kielzog de al bijna sputterende klant. Hij bestijgt zijn ‘altaar’ en op het moment dat de klant de lippen van elkaar haalt, wijst hij op zijn regelpamflet. De boodschap meegevend: Zeiken mag, maar laat me eerst even fatsoenlijk wakker worden. Ik moest er heel hard om lachen. Niemand heeft zin om zijn dag met gezeur te beginnen, toch? Ik rekende lachend af maar knoopte het tijdstip van het ‘klachtenmoment’ ook goed in mijn oren. Want eerlijk is eerlijk, je weet het maar nooit met deze gasten.
‘Angel Number 91 is a message from your angels to keep a positive and optimistic attitude and make sure your thoughts are filled with love and light.
It implies that you may be facing some endings and conclusions that will change aspects of your life, but remain positive as wonderful new opportunities will present themselves in quick time.
It is time for you to make some fresh starts and look forward to new beginnings in regards to the direction of your life and your lifestyle choices. One door is closing behind you as another opens in front of you. ‘
Bron: Sacred Angelnumbers
Nr 91 stond op de lijkwagen waarin Helmin Wiels vandaag het eiland werd rondgereden… spreading more than just a goodbye?
Foto Edsel Sambo
Nadat er van de parlementarier Helmin Wiels afscheid was genomen in het Statengebouw en voordat hij zou worden opgebaard in het Sentro Deportivo Korsou op Brievengat alwaar iedereen zijn laatste eer aan hem kon bewijzen, maakte de partijleider en vooral man van het volk nog een laatste stop bij het partijbureau van zijn Pueblo Soberano. Om zijn mensen de kans te geven dag te zeggen. Een laatste groet, een laatste aanraking, een laatste woord: ’Ayo, Helmin, danki pa tur kos.’
Losgeslagen projectielen, zwermen door een chaos, van buiten naar binnen gebracht. De ontwrichtende balans van de gevallenen is hier, en voor iets anders dan wat echt is, is geen ruimte meer.
Maskers vallen af, meningen verwasemen. Wat niet is gezegd, is luid te horen. Elk woord wordt gewogen op de schaal van emotie en naakt staat alles wat daarmee niet in overeenstemming is.
Tastbaar, zichtbaar zijn nu alle motieven die beperken en die de ander lamleggen. De reden ervoor tentoongesteld: onliefde van en voor het zelf als enige brandstof voor welk onrecht dan ook een ander aangedaan blootleggend.
Wie kan zien, ziet hoe het licht in ons dwaalt, jaagt en zoekt naar verlossing van de gevoelens die dit intens Bewust-zijn van volle erkenning en herkenning van wat en wie wij zijn met zich meebrengt.
Het zal even duren, dit chaotisch zoeken naar soelaas dat er slechts is wanneer wij ons kunnen verenigen met ons eigen licht en daarmee dat van de ander ook een leven geven.
Wat ons beperkt, beperkt ook de ander en tot dat inzicht is gevonden, erkend en omarmd zal het licht in ons dwalen. Net zo lang tot het echt thuiskomen kan

‘Niets aan de hand schilderij’ van kunstenaar Herman van Bergen
Ik zag dit werk tijdens een ‘werkbezoek’ van een van mijn kinderen voor school. In 4Vwo worden de leerlingen geacht een kunstenaar ‘onder de loep’ te nemen en daar een film/verslag van te maken. Een uitstapje waar ik als taxichauffeur geen bezwaar tegen had… ik hou ervan om even in de keuken te mogen kijken van een kunstenaar. Want altijd ‘borrelt’ er wat nieuws in ateliers; voedsel voor de creatieve ziel.
Herman van Bergen is bezig met het bouwen van een kathedraal van sumpinja’s, een megaproject, dat hij in zijn tuin is begonnen. Reden voor de werkgroep van mijn zoon om onder de indruk te raken van deze kunstenaar.
En terwijl zij bezig waren met vragen stellen en opnames maken, viel mijn oog op het doek ‘niets aan de hand’. Het stond op een ezel, enigsinds weggedrukt, in een hoek van Herman’s atelier. En mijn adem stokte. Ik ken het werk van Herman, een beetje, en dit was heel iets anders. Indrukwekkend anders, niet alleen om het stuk zelf maar ook om de richting die de kunstenaar ermee lijkt te zijn ingeslagen. Nog weer beter, nog weer scherper, of zo je wil ‘to a point’.
Ik kreeg hetzelfde gevoel dat ik (soms) mag beleven wanneer ik ‘doorstoot’ naar het volgende ‘level’ in het schrijfproces, wanneer ik weet dat ik na een tijdje te hebben geoefend ineens ‘beter’ geworden ben. Al het voorgaande werk, zeg maar ’het onontbeerlijke oefenen’, levert dan ineens iets mooiers moois op. En dat zag ik vastgelegd in dit werk van Hermans hand.
De kunstenaar zelf zegt over dit werk: “Dit is een geschilderd detail van het marmeren beeld “de Loacoongroep” door Agesander vervaardigd op het eiland Rodos. De dood van Laocoon was de eerste schakel in de keten van gebeurtenissen die leidde tot de stichting van Rome. Voor mij het geschilderd concept van het labyrint waar de kathedraal een onderdeel van is. Wat doen we hier op aarde en wat moeten we met de medemens? Het is een behoorlijke worsteling, het beeld van Loacoon wordt gezien als een eerste verbeelding met gevoel in het gelaat.”
‘De eerste verbeelding met gevoel in het gelaat…’, geen wonder dus dat dit werk me aansprak.
Dit beeld van Laocoön en zijn zoons, ookwel de Laocoön groep genoemd, is een monumentaal standbeeld in wit marmer dat te zien is in het museum van het Vaticaan te Rome
|