Elodie Heloise

Woorden door Elodie Stoïcijn

Een van de hoofdpersonen uit mijn roman Blauwe tomaten heeft maandenlang Dimitri Verhulst geheten.

foto credit Pien Ackermans

Voordat ik met het manuscript de boer opging, las ik zijn dichtbundel ‘Stoppen met roken in 87 gedichten’. De ontdekking van het gebruik van de naam van één van mijn favoriete schrijvers in mijn eigen werk, vond ik schokkend.Ik kwam erachter omdat het boek nog op mijn nachtkastje lag en mijn oog erop viel. Met bonzend hart snelde ik naar mijn werkkamer om te checken of de vreesgedachte die ik zojuist had gehad, klopte. En jawel hoor. Ik had het echt gedaan. Aldus werd met rappe vingers ‘Verhulst’ geschrapt en vervangen door ‘Van Dam’ (Sorry, Dimitri).

Wanneer ik schrijf, ben ik doodsbang voor dit soort ‘ongelukjes’. Het kan zomaar gebeuren dat je meer doet dan onbewust iets overnemen van een andere schrijver. Daarom lees ik tijdens het schrijfproces alleen maar Engelstalige thrillers, non-fictie of de Donald Duck. Niets dat in de buurt komt van waar ikzelf mee bezig ben. En zeker geen Nederlandstalige romans. Natuurlijk ben ik beïnvloed door alles wat ik gezien en gelezen heb, maar wanneer ik zelf schrijf, zet ik dat op afstand. Omdat ik het werk van anderen respecteer en omdat plagiaat, imitatie of het stelen van ideeën in mijn vak doodszonden zijn.

Maar eerlijk is eerlijk, ergens is het ook vleiend wanneer iemand van je jat. ‘Imitation is the sincerest form of flattery.’ Deze uitspraak wordt vaak toegeschreven aan de Ierse schrijver Oscar Wilde (1854-1900), maar komt oorspronkelijk waarschijnlijk van Marcus Aurelius (121 n. Chr.-180 n. Chr.). Aurelius, die niet alleen keizer maar ook filosoof was, moedigde er het navolgen van de stoïcijnse levenskunst mee aan. Vanuit moed, wijsheid, matigheid en gerechtigheid je richten op wat je kunt veranderen, onder alle omstandigheden kalm blijven en accepteren wat is. Oscar Wilde maakte er iets anders van: ‘Imitation is the sincerest form of flattery that mediocrity can pay to greatness’, waarmee hij een steek onder water gaf aan wannabe’s die zelf nooit verder komen dan de originelen die zij nadoen.

Impact
Het is voor denkers/schrijvers geweldig als dat wat bedacht is zoveel impact heeft dat mensen willen volgen of imiteren. Uiteindelijk willen we gehoord, gezien en gelezen worden. Voor het financiële gewin van dat gedachtegoed en de erkenning aan de maker, bestaat het auteursrecht (sinds 1886). Zo zag de wereld eruit voordat generatieve AI en taalleermachines erin verschenen.

Nu worden taalrobots het web opgestuurd die ongegeneerd overal informatie vandaan schrapen om daaruit veelvoorkomende woordpatronen te leren, die ze vervolgens gebruiken in de communicatie met mensen of om mensen die woorden ‘terug’ te geven als mogelijke opties voor een brief, een artikel, een scriptie, een persbericht en, jawel, ook voor fictie. Die gegenereerde teksten worden daarna vaak weer online gezet om opnieuw ‘geschraapt’ te worden voor nieuwe bruikbare zinnen. In combinatie met algoritmen kan hierin gestuurd en bijgesteld worden. Hoe populairder een auteur, hoe groter de kans dat woorden en woordcombinaties van de originele stijl ook door deze robots als leerbron worden aangeboord.

En zo is het ineens mogelijk om met AI in een oogwenk een roman in de stijl van Gabriel García Márquez te laten schrijven. Zonder dat men schatplichtig is aan het origineel. Zodra mensen zich door deze tools laten bedienen, zal er voor echte schrijvers steeds minder ruimte komen. Want zo snel gaat het schrijven van een origineel werk nu eenmaal niet. Hoe ga je straks nog een authentiek boek vinden wanneer AI-romans de schrijfakker als snelgroeiend onkruid overwoekeren? Het eindstation is dat er geen origineel werk meer gepubliceerd of verkocht wordt. De taalrobot zal zich dan aan zijn eigen producties moeten laven met als gevolg de door Oscar Wilde beschreven middelmatigheid als norm en niet de ‘greatness’.

De schrijver zit hier volledig klem. Via internet zijn we zichtbaar en publiceren we, via internet worden onze woorden ook ‘opgegeten’. Wat deze robots oogsten en teruggeven heeft geen bronvermelding, laat staan dat de auteursrechten worden gerespecteerd. Het recht op de erkenning van origineel werk alsook de opbrengsten zijn hiermee verworden tot een lekke reddingsboei voor de verzuipende originele maker. We gaan het meemaken dat een AI-nepauteur de schrijver van het originele werk voor de rechter sleept op basis van dezelfde auteursrechten die de bron hadden moeten beschermen. Een beschermcode tegen datamining aanbrengen op een website kan, maar betekent ook dat zoekmachines de website overslaan en jij en je werk onzichtbaar worden.

Dus wat doe je?

Op mijn website staat sinds kort:
‘@ beeld en tekst Elodie Heloise. Het is niet toegestaan om content van deze website te gebruiken (als trainingsmateriaal of anderszins) voor machine learning of andere kunstmatige intelligentiesystemen. Tekst- en datamining zijn niet toegestaan.’

Mocht ik me ooit moeten beroepen op mijn auteursrecht of me ermee moeten verdedigen.
In de tussentijd bekeer ik me tot de stoïcijnse levenswijze terwijl ik heel hard hoop nooit een bestseller te produceren die door het samenspel van algoritmen en AI uiteindelijk zal leiden tot mijn dood als auteur.

Deze column verscheen in het Boekman Magazine. Nummer 143 met het thema Cultuur en AI