Elodie Heloise

Woorden door Elodie De Meester

Hij was een voorbeeld, een rolmodel, een halfgod die muziek gemaakt had die in geen enkele generatiekloof bleef hangen, maar juist moeiteloos doorgegeven werd. Nog steeds. Van boomer naar Gen X’er naar millennial naar Gen Z’er en verder. One love. One heart.

‘‘Denk erom: geen gepiep, gezeur, gemor of gedram morgenvroeg. Dit hoort bij je opvoeding! Daarom gaan we.’ Ik zei het tegen mijn beide zoons die op dat moment 12 en 15 jaar oud waren. De een keek ik rechtstreeks aan want die zat naast me, de blik van de ander ving ik via de achteruitkijkspiegel. ‘Ik meen het.’

Het was 2012 en we reden naar de bioscoop in Otrobanda om de documentaire Marley van regisseur Kevin MacDonald te zien. Dat jaar werd het Curaçao International Filmfestival (CIFF) voor de allereerste keer georganiseerd en deze 144 minuten durende documentaire over Bob Marley beleefde tijdens dit festival de wereldpremière. Ik had met veel moeite nog net kaartjes kunnen scoren voor de allerlaatste voorstelling die niet alleen laat op de avond, maar ook nog eens op een doordeweekse dag geprogrammeerd was. Gewoon school en werk dus de volgende dag. Vandaar het ‘geen gepiep, gezeur et cetera’ waarop mijn jongens inmiddels al hadden geantwoord met: ‘Ja, mam. We weten het: ’s avonds een vent, ’s ochtends een vent.’ Juist.

Geen primeurkoorts

Dat ik besloten had mijn kinderen voor deze film midden in de nacht mee te slepen naar de binnenstad, kwam niet doordat ik aangestoken was door de collectieve ‘Dit is het allereerste filmfestival en hier moet je bij zijn’-koorts die toen heerste – een verschijnsel dat we nu als fomo zouden wegzetten – en ook niet doordat ik onder de indruk was van het feit dat Curaçao de wereldprimeur had. Niets van dat al: ik ging die avond op pad om mijn kinderen zoveel mogelijk van de man achter de muziek te laten ontdekken, ervan te leren en erdoor geïnspireerd te raken. Dit was namelijk niet zomaar een man, dit was de man die met zijn universele boodschap van liefde en eenheid de wereld al decennialang betoverde en dat postuum bleef doen. Hij was een voorbeeld, een rolmodel, een halfgod die muziek gemaakt had die in geen enkele generatiekloof bleef hangen, maar juist moeiteloos doorgegeven werd. Nog steeds. Van boomer naar Gen X’er naar millennial naar Gen Z’er en verder. One love. One heart.

Die avond in 2012 werden mijn kinderen en ik tweeëneenhalf uur onafgebroken blootgesteld aan de legende Bob Marley met context, duiding, verhalen, anekdotes, optredens, interviews, oftewel diepgang. Kortom: we hadden een ontmoeting met de meester zelf. Het was ook een avond die in mijn hart te boek is gesteld als magisch, als je verbonden voelen met de grotere en mooiere plannen voor de mensheid, als drijven op een alles-is-mogelijk-wolk, waarmee bij ons thuis simpelweg de wereldvrede wordt bedoeld. Zo heb ik hem geregistreerd, die avond. Let’s get together and feel all right. En achteraf bezien was dat misschien wel de laatste keer dat ik het zo sterk voelde.

Grenzeloos

De breed gedragen waarden en normen voor een wereldorde leken toen nog helder en wie zich daar niet aan hield, was gewoon een schurk die tot de orde geroepen kon worden. Het belangrijkste en met algemene stemmen aangenomen uitgangspunt was de vrijheid die er voor iedereen zou moeten zijn. En voor hen die al in vrijheid leefden, zoals ik, werd de ontwikkeling van de vrijheid in het kapitalistische vraag- en aanbodwalhalla grenzeloos maar ook bodemloos, dakloos en zinloos. Te midden van signature cupcakewinkels, hondennagelstudio’s en cursussen havermoutkoekjes likken, vierden we de vrijheid en beschouwden haar tegelijkertijd als vanzelfsprekend.

Maar met zoveel vrijheid botste de vrijheid van de één steeds vaker met die van de ander. Er begon iets te kantelen. Vrijheid was een recht, vonden de meesten, iets dat men zich niet liet afnemen, vonden sommigen, en voor we het wisten vonden velen dat de eigen vrijheid coûte que coûte verdedigd moest worden. Vooral wanneer de vrijheid van de ander die in de weg zat. En op de achtergrond klonk: Could you be loved? And be love?

In 2016 werd een vreemde man met oranje haar de belangrijkste spreekbuis van deze nieuwe vrijheidsinzichten. Hij kon ze roeptoeteren vanaf zijn Amerikaanse troon. Niemand nam hem serieus. Ik ook niet. Hij mocht roepen wat hij wilde, wij hielden gewoon vast aan het reeds bestaande pakket van geschreven en ongeschreven regels voor het leven in een vrije en veilige wereld. Daar ging die ene zonderling echt niets aan veranderen. Hoe vermakelijk die gekkigheid van hem in de ver-van-mijn-bedshow ook was. Lang zou het niet duren. Dat kon niet.

2026

Op 3 januari 2026 grijpt de oranje man, die opnieuw president is van het machtigste land van de wereld, in op een plek die minder dan 100 kilometer van mijn bed staat. Venezuela. Ongevraagd, zonder bewezen juridische ondergrond en zonder overleg met zijn eigen politieke achterban bevrijdt de oranje man het Venezolaanse volk van hun dictator. En na die daad eist hij een beloning: de olie die Venezuela produceert. De oranje man dicteert in z’n eentje de nieuwe regels voor vrede op aarde. Die ochtend werd ik wakker in een wereld die van de ene op de andere dag anders werkt. En ik vroeg in mijn verwarring aan de meester: Is there a place for the hopeless sinner who has hurt all mankind just to save his soul?

Deze column verscheen in het Boekman Magazine. Nummer 146 met het thema Generaties en Cultuur.