Elodie Heloise

Woorden door Elodie Je afwezigheid voelen

Boodschappen doen was in die periode een vervreemdende ervaring. Ik sloeg in zoals ik altijd deed, om vervolgens na een week de schildpadden en honden in mijn tuin (en die van de buren) richting obesitas te helpen.

De dag dat ik op Hato Airport stond om mijn oudste zoon uit te zwaaien die in Nederland zou gaan studeren, brak mijn hart en werd ik tegelijkertijd ontgroend. Dit waren mijn eerste treden op de trap die naar de Hogeschool voor Amputatie leidt…

Daar trof ik de empathie van generaties moeders die zich voor mij al door hetzelfde heen hadden geworsteld. Velen van hen leden nog aan fantoompijn, maar hadden inmiddels wel weer het nieuwe, ‘gewone’ leven opgepakt. Inclusief mijn eigen moeder die dit vijf keer meemaakte, maar die met het krijgen van een nakomertje het definitieve karakter van deze ingreep twintig jaar wist uit te stellen.

Ik ben dol op mijn kleine grote zusje, maar na die dag op het vliegveld vermoedde ik dat er achter haar geboorte toch iets meer zat dan alleen de vervulling van een diep gekoesterde wens. Waarom had ik daar niet aan gedacht? En toen mijn jongste zoon een paar jaar later zijn broer achternaging en mij daarmee voor altijd veroordeelde tot overzeese moeder, heb ik zes weken lang jankend op zijn achtergelaten Nikeslippers door mijn ontzielde huis gesjokt.

Boodschappen doen was in die periode een vervreemdende ervaring. Ik sloeg in zoals ik altijd deed, om vervolgens na een week de schildpadden en honden in mijn tuin (en die van de buren) richting obesitas te helpen. Van het eerste bijgestelde realistische bezoek aan de supermarkt was ik zo van slag, dat ik tegen mijn tranen vechtend een enorme zak hondenvoer in mijn karretje mikte om de karige bewijslast van mijn nieuwe alleen-zijn te bedekken.

Mijn moeder probeerde me te troosten. ‘Het komt goed. Het wordt beter.’ Maar zij had makkelijk praten, want inmiddels woonden mijn kleine grote zus en ik allang weer op Curaçao. Zij had haar kinderen terug. Sterker nog: toen kleine grote zus zo ver was om te gaan studeren, remigreerde ik. Met kleinkinderen. Mijn moeder was helemaal nooit zonder kinderen geweest. Ze had haar risico goed gespreid en kreeg een bonus toe. Ik wapperde haar goedbedoelde woorden weg en vond haar hypocriet. Dit werd nooit beter en zij wist er geen bal van. Uit huis gaan is een ding, maar dat doen door er een zee tussen te zetten en in een land te gaan wonen dat 9000 kilometer verderop ligt, was het echte ding!

Net niet
Ruim vóór mijn tijd vertrokken studenten voor jaren en kwamen pas terug wanneer zij hun studie hadden voltooid. In mijn tijd kwam ik elk jaar naar huis en schreef ik in de tussentijd om de week een brief. Bellen kostte een vermogen, dus dat liet ik uit mijn hoofd. Maar dat was vroeger. Dit was de tijd van mijn kinderen en ik had de technologie op mijn hand.

Ik werd een digitale overzeese moeder die op elk moment in het leven van mijn jongens kon inbreken. Dat was nieuw en een uitdaging, maar gaf ook legio meer mogelijkheden om verbonden te zijn dan waar ik toentertijd over beschikte. Ik kon nu contact maken wanneer ik wilde en ik kon mijn zonen ook dichtbij Curaçao houden. Voor eilandkinderen is het niet alleen het ouderlijk huis dat ze achterlaten, het is ook de plek waar hun ziel met de grond spreekt . Heimwee in het kwadraat, zeg maar..

We kregen een internetrelatie. Ik was erbij met de pakjesavonden, verjaardagen, bij de zomaar-tussendoor-dingen die het delen waard zijn zoals de eerste krokus (wat is dat, mam?) die het einde van de winter aankondigt en ook bij liefdesverdriet, een tegenvallend tentamen en tal van andere levenszaken. En natuurlijk maakten we alle drie regelmatig de luchtmijlen om elkaar ook in het echt te kunnen zien. Maar het gros van de tijd zat en zit er een scherm tussen. Het is het allemaal net niet.

Ik ken geen mooiere manier om dit gevoel onder woorden te brengen dan de Papiamentse uitdrukking: Mi ta sinti bo falta. Letterlijk vertaald betekent het: Ik voel dat je ontbreekt. En door dat ontbreken, is degene die je mist toch aanwezig. Deze zin is zoveel diepzinniger dan ‘ik mis je’. Sinti bo falta dekt de hele lading en is inmiddels in mijn geamputeerde gezin een gevleugelde uitspraak. Zozeer zelfs dat mijn oudste zoon me onlangs een zeer bijzonder verzoek deed. In Nederland heeft hij – overigens zich netjes houdend aan mijn regels: ‘Ik lever je zo ongeschonden mogelijk af. Wat je na je 18de doet moet je zelf weten’ – een innige relatie opgebouwd met een tattoo artist. ‘Mam, ik wil ‘Sinti bo falta’ in jouw handschrift laten tatoeëren.’

Wat volgde was een sharpie-sessie op zijn lijf met verschillende testcases. Net zolang totdat het er stond zoals hij wilde. Met dat voorbeeld heeft hij de woorden laten vereeuwigen.

Ik hoop dat hij zich op een dag realiseert dat het ‘Sinti bo falta’ op zijn buik ook verwijst naar een definitievere afwezigheid. Een afwezigheid die niet opgevuld kan worden met moderne communicatiemiddelen.

Deze column verscheen in het Boekman Magazine. Nummer 147 met het thema Online/Offline